Een nieuw kantoor geen garantie voor een succesvolle nieuwe manier van werken

De ene na de andere organisatie verhuist naar een nieuw onderkomen waar een open kantoorconcept is toegepast met veel glas, frisse kleuren en meubilair, aangepast aan de activiteit die de medewerker op dat moment uitvoert. “Wij zijn over op Het Nieuwe Werken”, wordt dan van de daken geschreeuwd en profileert men zich op de eigen website met fantastische foto’s en videootjes als een modern werkgever waar je graag wilt werken.

Tot zover niks mis mee. Mits de twee andere fundamenten van Het Nieuwe Werken ook gelegd zijn: de toepassing van moderne communicatie- en informatietechnologie en een moderne houding en gedrag van alle medewerkers binnen de organisatie. Vooral dit laatste is in mijn ogen de meest belangrijke component van Het Nieuwe Werken. Een nieuw kantoor en goede ICT zijn de randvoorwaarden die weliswaar moeten kloppen, maar het is de mens die het verschil maakt in een nieuwe manier van het werk organiseren en met elkaar samenwerken.

We hebben allemaal behoefte aan vertrouwdheid en veiligheid. Iedere verhuizing stelt deze psychologische behoeften op de proef. En al helemaal als je dan ook nog je dagelijkse manier van werken in het oude kantoor moet achterlaten. Ook wordt ons gezegd dat we in het nieuwe kantoor op een nieuwe manier met elkaar gaan samenwerken. Alsof je bij iedereen een knop om kunt zetten en vanaf die dag het allemaal anders en beter is. Bij die vertrouwdheid en veiligheid hoort ook sociale steun van collega’s. Met het flexwerken en het loslaten van ieders eigen vertrouwde bureau verdwijnt ook een groot stuk van die sociale steun. Niet voor niets wordt deze factor als één van de grootste risico’s genoemd van het toenemende aantal burnouts.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben een groot voorstander van een nieuwe manier van het werk organiseren en met elkaar samenwerken, maar ik bepleit wel allereerst te investeren in gedragsverandering. Ik zie in de praktijk voorbeelden waar te weinig geïnvesteerd wordt in de medewerkers met als gevolg medewerkers die massaal in de weerstand schieten. Dit gebeurt helemaal als ook de ICT maar matig in orde is.

Een mooi voorbeeld van ‘eerst de mens’ zijn de vernieuwingen die bij de Provincie Noord-Brabant momenteel plaatsvinden, waar organisatiebreed meerdere leer- en ontwikkeltrajecten zijn uitgerold. Bij de secretaresses heeft de eerste groep net een uitgebreid opleidingsprogramma achter de rug en staat de volgende groep in de startblokken. Vanuit de eerste groep secretaresses zijn er al allerlei initiatieven ontstaan om zaken te verbeteren. De renovatie van het provinciehuis zal in 2015 verwezenlijkt zijn, maar dan zijn de secretaresses al lang over op een nieuwe manier van (samen)werken, handelen en doen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top